Ik heet u namens de gehele familie’s van Reeden en Wansaoeboen van harte welkom bij het afscheid van mijn lieve moeder.

 

Mijn moeder is net als haar broers en zus in Nederland geboren, maar in haar hart was ze sterk verbonden met de Moluken. Ze droeg bijvoorbeeld altijd een Tanimbar sjaal en in huis vind je in elke hoek wel iets uit Indonesië.

 

Het is niet het land waar ze verliefd op was, maar de cultuur waar normen en waarden en je familie op de eerste plaats staan.

Een familieband zo sterk daar kwam niemand tussen. Een familie waarop je kan rekenen, een familie die klaar voor je staat als je ze nodig hebt.

 

Mama wou hoe ziek ze ook was, met haar familie op vakantie.

Ze had geen hoge eisen, er moest alleen zon en strand zijn en haar familie en vrienden. We vertrokken in mei naar Turkije. Een maand of 3 later toen mama’s gezondheid versneld achteruit ging, wou ze nog een keer met “haar” familie weg.

Ze was toen al zeer zwak, maar ze moest en zou het huis van Nonke en Khemais in Tunesie zien. Het plan was dat we met de hele familie weer vertrokken, maar helaas kon Marc niet mee.

 

Twee jaar geleden waren mijn ouders 25 jaar getrouwd. Mijn moeder zou voor het vieren van de bruiloft naar het ziekenhuis gaan, voor een operatie aan haar buik.

Dit heeft ze echter uitgesteld, ze wou eerst het feest door laten gaan.

Dat vierden we bij Nena en Ratco, want daar hadden zij immers ook gegeten bij hun huwelijk en bij hun 12½ jarig jubileum.

Mama heeft waarschijnlijk toen al geweten dat ze ernstig ziek was.

 

Op het moment dat mama te horen kreeg dat ze de ziekte had die niemand bij de naam wil noemen, wisten wij dat mama een zware strijd aan zou gaan.

Helaas was het een ongelijke strijd.

Mama wou wel strijden, maar ze heeft zelf wel waarschijnlijk geweten dat het niet meer goed zou komen.

Nooit heeft ze een woord gerept over haar lijden, nooit eiste zij iemands aandacht op.

Tot de laatste dag was ze helder bij geest.

Zaterdag kreeg ze morfine en kwam daardoor soms niet uit haar woorden.

Ze zag door de drukte heen wie er waren, niets ontging haar.

Toen het einde naderde zei ze:

Ik wil slapen, alleen mijn buik wil niet slapen. Want zeggen dat ze pijn had deed ze niet gauw.

Ze zei: ik wil niet meer, en wij hoopte voor haar dat dit lijden geen dagen meer zou duren.

De pijn moest op dat moment ondraaglijk zijn geweest, want mama klaagde nooit.

We waren gelukkig allemaal aanwezig toen ze ons verliet. Het moment werd overheerst door groot verdriet, maar ook vlak daarna door innerlijke vreugde…mama had geen pijn meer.

 

 

5 jaar geleden waren we hier ook voor Onna, mijn oom.

We hebben Onna na de dienst begraven in Elst.

Mama’s wens was dan ook om naast haar broer begraven te worden.

Onna had destijds alles zelf geregeld, tot op het schrift op zijn monument.

Mama deed het op haar manier, geen details, ze zei:

 

DENK ZOALS IK DENK, DAN KOMT ALLES GOED.

 

Het zal na vandaag moeilijk worden als ik s’morgens wakker wordt en naar beneden ga, en zie dat mama’s bed niet meer in de kamer staat.

Elke morgen wakker worden en herinnerd worden dat mama er niet meer is.

 

Wat zal ik haar missen.

 

 

Astrid van Reeden